Il tempio della Concordia. Agrigento, Sicilië

website De Tempel

Ick bend'er by geweest, 't is waer, daer Dronckaerts saten,

 En sopen als Templiers, en vloecten als Croaten.

Huygens


advertenties


Willem Frederik Hermans in het nieuws


recht

2008

Archief
  • 2007
  • 2006
  • Links







    Euro Relais Vakantiehuizen
  •   <> 2009
    di 05 mei 2009 19:00 - 21:00 uur OBA-Live

    2 mei 2009, www.nmo.nl/

    OBA-Live is het programma dat op de dinsdagavond gezamenlijk verzorgd wordt door de islamitische omroepen NMO en NIO. Uw gastvrouw is Sharida Mohamedjoesoef. Kom ook eens kijken naar de opname in OBA Live, u kunt zo binnenlopen!
    . . .
    Islamitische canon
    In de rubriek Islamitische canon deze keer het boek Mandarijnen op zwavelzuur van W.F. Henrmans. Ibrahim Wijbenga, voorzitter van de stichting Islamitisch Begrafeniswezen, zal ons vertellen waarom juist dit boek thuishoort in de Islamitische canon.
    . . .


    ’Ik ben van het harmoniemodel’
    25 april 2009, www.trouw.nl/achtergrond/deverdieping/article2740503.ece/

    Louis van Gaal, de voetbaltrainer die provincieclub AZ kampioen maakte, gelooft in het goede van de mens en in de verbindende kracht van Oudhollandse spelletjes.
    . . .
    Heb je het boek ‘Ik heb altijd gelijk’ van Willem Frederik Hermans gelezen?
    „Nee. Ik ken Hermans wel, maar dat boek niet. Ik heb hbs A gedaan, dus ik had het waarschijnlijk moeten kennen. Maar ik ben geen lezer. Een pakkende titel? Ik zou dat nooit over mezelf zeggen. Ik zou het altijd nuanceren: ik heb meestal gelijk.”
    . . .


    <> 2008
    Noors Lapland onderwerp van lezing in bieb
    dinsdag 16 september 2008, www.bndestem.nl/regio/bergenopzoom/

    STEENBERGEN - De Noorse toendra; schrijver Gerrit Jan Zwier is erdoor gefascineerd.
    In zijn boek Altijd Lapland beschrijft hij hoe hij door de streek reisde en er onderzoek deed vanuit een klein dorpje. Morgen vertelt hij erover in de biliotheek van Steenbergen.
    Aan de hand van dia's keert Zwier met zijn toehoorders terug naar het piepkleine plaatsje, waar hij een zomer lang woonde, verhaalt hij over een voettocht over de toendra met zijn dochter en vertelt hij hoe hij in Noors Lapland de sporen van de hoofdpersonen uit de roman Nooit meer slapen van W.F. Hermans volgde.


    De Dag van de Literaire Held
    Door Jef van Gool 14-09-08, www.nos.nl/nosjournaal/

    . . .
    Alfred
    Mijn favoriete held is de geologiestudent Alfred Issendorf die in Nooit meer slapen van Willem Frederik Hermans met dertig kilo bepakking door het ruige Finnmarken sjouwt. Op basis van een wilde hypothese van zijn promotor zoekt hij er naar meteorieten. Het enige dat hij tijdens zijn tocht in het hoge noorden op het spoor komt, notabene op de top van een berg omringd door mist, is de staat van afhankelijkheid en onvrijheid van de mens in een wereld die ‘er op een afstand uitziet of hij eigenlijk geheel met ijs bedekt hoort te zijn’.
    Als hij de berg afdaalt, verdampt dat inzicht alweer: ‘Nog altijd kan ik lopen, nog altijd ben ik op de been. Al verdwaal ik, al maak ik mij belachelijk, al doe ik alles even krukkig, ondertussen doe ik het toch maar en dat is het belangrijkste.’ De mens is een wezen dat verdoofd en verblind moet worden, anders ziet hij geen reden meer om te leven: Hermans heeft het ons steeds weer voorgehouden.
    Eindexamenkandidaten maakten een filmpje geïnspireerd op Nooit meer slapen


    . . .


    Publiek Zeeland Nazomerfestival zegt liever ja
    door Ali Pankow zaterdag 06 september 2008, www.pzc.nl/regio/zeeland/

    . . .
    Het tweede deel van de avond biedt Poetracks: vier singer-songwriters hebben zich laten inspireren door het gedicht Straattoneel van W.F. Hermans. Tjeerd Bomhof brengt een lied waarin hij de volledige tekst heeft gehandhaafd. " Omdat het mooi is en omdat het werkt."
    . . .


    4 september: Singer-songwriters transformeren poëzie Hermans tot muziek
    door Rolf Bosboom. donderdag 21 augustus 2008, www.pzc.nl/algemeen/cultuur/znf/

    Poëzie en muziek gaan hand in hand bij het project Poetracks. Bekende popmuzikanten bewerken gedichten tot muziek. Na de dames - vorig jaar te zien op het Abdijplein - zijn nu de heren aan de beurt.
    Het is een mooie formule, bedacht door het literair productiehuis Wintertuin in Nijmegen. De opzet was om in een reeks van drie producties poëzie van De Grote Drie van de Nederlandse literatuur - Gerard Reve, Harry Mulisch en W.F. Hermans - tot muziek te laten bewerken door erkende singer-songwriters. In Poetracks #1 gingen Henk Hofstede, Anne Soldaat, Solo, Solex, Henk Koorn en Mullhouse aan de slag met Alleen van Reve.
    In de tweede ronde bogen popdiva's zoals Ellen ten Damme, Janne Schraa, Roos Rebergen, Pien Feith, Anneke van Giersbergen en Mieke Stemerdink zich over het gedicht Bericht van de uitgezonden bode? van Mulisch. Dat leidde vaak tot verrassende resultaten, zoals vorig jaar onder meer was te horen tijdens het Nazomerfestival.
    En nu is er, als afsluiting, Poetracks #3. Deze keer is Straattoneel van Hermans het uitgangspunt:

    Straattoneel

    Te steil die brug. De voerlui slaan het paard
    Met ijzren buizen galmend op de rug.
    De moeder ijlt haar dochter na op straat,
    Een mes vliegt als een noodkreet uit een raam.
    Te steil die brug. Van olie glanst het asfalt
    En bloed omspoelt het dode paard dat valt.
    Het mes slaat siddrend in een dorre boom.
    Er klinken schoten ergens onder mij.
    Er rijdt een priester op een fiets voorbij.
    Aan 't kruispunt weet hij verder niet te gaan
    (twijfel is een rood licht waar hij voor remt)
    En blijft met uitgestrekte armen staan.
    Zodat, van ver, hij op de Heiland lijkt
    En dichterbij, op een verkeersagent.

    Het deelnemersveld bestaat nu uitsluitend uit heren, onder wie Rick de Leeuw, Bob Fosko, Lucky Fonz III, Tjeerd Bomhof (Voicst) en Marten de Paepe.


    AFSTAPPEN #44: De pastorietuin
    door Peter van Vlerken. vrijdag 08 augustus 2008, www.ed.nl/regio/geldropmierlo/

    Mijn moeder heeft een vriendin die al 70 jaar in Mierlo woont. "Ze is een goei vrouwke", zegt ze over haar, "maar 'n echte Mierlose is ze niet". Met andere woorden: wie niet in Mierlo geboren is, zal nooit een Mierlonaar worden.
    Af en toe betrap ik me erop dat ik er eigenlijk hetzelfde over denk als mijn moeder. De appel valt nou eenmaal niet ver van de boom.
    Peter Simons komt van oorsprong ook niet uit Mierlo, maar hij is er als contactpersoon van de Bomenstichting wel goed bezig. Hij houdt in de gaten dat bomen niet zomaar worden gerooid of om andere redenen het loodje leggen. Dat is belangrijk, want, om het in zijn woorden te zeggen: "Groen is vaak een ondergeschoven kindje."
    Peter is bomenverzorger. Vroeger heette dat boomchirurg, maar van de chirurgie zijn ze teruggekomen in zijn vak, vertelt hij. "Rot hout wegsnijden en gaten opvullen met beton doen een boom meer kwaad dan goed. Nu maken we de omstandigheden zo optimaal mogelijk. Voor de rest moet de boom het zelf opknappen. Gaat-ie dood, dan gaat-ie dood."
    Ik had een breedgeschouderd type bosarbeider verwacht, maar Peter is een tengere jongen. Hij zegt dat hij de kettingzaag het werk laat doen. "Ik ben meer een snelle klimmer." Onder vakgenoten blijken daar zelfs wereldkampioenschappen in te worden gehouden, maar daar gaan we het hier niet over hebben.
    We gaan het hebben over de mooiste boom van Mierlo. Die staat in de pastorietuin en het is een acacia. "Ho-ho", zegt Peter. "Het is een Robinia pseudoacacia." Maar hij kan zich vinden in de roepnaam acacia. Peter beklopt de stam. "Het is een boom om ontzag voor te hebben."
    Met een soort appelboor zou hij kunnen zien hoe oud hij is, maar dat wil hij de boom op zijn leeftijd niet aandoen. "Misschien is hij wel 200 jaar. Hij barst voortdurend uit zijn jasje, zo dik wordt-ie." Mooi, die grove, getourmenteerde bast, vind ik. Het is alsof hij zichzelf pijn moet doen om te overleven. Aan de achterkant van de stam blijkt een kier te zitten.
    "Eigenlijk is de boom bezig zichzelf in tweeën te splijten", zegt Peter. In het verleden is hij behandeld door een boomchirurg, maar hij denkt dat er andere oplossingen mogelijk zijn.
    Als we in de kruin kijken zien we staalkabels lopen. Het komt erop neer dat de boom met touwtjes aan elkaar hangt. Daar is Peter ook niet zo'n voorstander van. "Die kabels maken een boom lui." Hij vergelijkt het met een been dat zijn spierkracht verliest als het in het gips wordt gezet. Volgens hem zou het beter zijn de natuur gewoon zijn gang te laten gaan. "Een boom kan gewoon doorgroeien terwijl hij verruïneert."
    Thuisgekomen blader ik wat in de roman 'De tranen der acacias' van W.F. Hermans. Achterin het boek, daar waar meestal de doden worden beweend, lees ik dat de acacia een oud symbool is van onsterfelijkheid: "De acacia blijft altijd groen", schrijft Hermans. Ik geloof niet dat het opgaat voor de Robinia pseudoacacia, maar in de literaire verbeelding moet je de dingen ruim zien. Vlakbij het kerkhof en zijn eigen doodsstrijd in aanmerking genomen, staat de boom in Mierlo zijn symboliek meer dan waar te maken.
    En verder zal ik hier niet herhalen wat Hermans van katholieken vond. Dat wil ik de pastoor besparen. Hij is weliswaar ook geen echte Mierlonaar, maar wel 'ne goeie mens.


    Een kijkje in de schrijverskeuken
    door Nicole Andries, donderdag 31 juli 2008, www.bndestem.nl/regio/oosterhout/

    . . .
    De zussen Ria Kemmeren en Joke Hermans gaan altijd samen naar de activiteiten. Dit keer met zeer uiteenlopende verwachtingen. Ria pakt de pen wel eens op, "Maar als ik dan teruglees wat er staat, is het niet wat ik bedoel. Ik hoopte hier meer te horen over hóe je dingen goed opschrijft." Zus Joke heeft een heel andere reden voor deelname: "Ik heb helemaal niets met lezen of schrijven. Maar Ria wilde, en we doen alles samen, dus..."
    Deelnemers die hopen op een kant en klare handleiding 'interessant schrijven' vangen bot. Roovers citeert al vroeg in de workshop schrijver Willem Frederik Hermans: 'Er zijn drie regels om een goed boek te schrijven. De pest is: niemand kent ze.'
    . . .


    Muzikale en poetische dialoog in Festivalhart
    door Ali Pankow, donderdag 31 juli 2008 , www.pzc.nl/algemeen/cultuur/

    . . .
    Aansluitend biedt het Abdijplein die avond de derde productie van Poetracks, ofwel: popsongs op basis van een gedicht. Na Gerard Reve en Harry Mulisch, hebben rockers als Rick de Leeuw, Bob Fosko, Lucky Fonz III, Tjeerd Bomhof, Marten de Paepe en Leine nu het gedicht Straattoneel van W. F. Hermans bewerkt.
    . . .


    Giordano Bruno moet dood
    Allesweter en geleerde was te eigenwijs voor de kerk
    ma 21 juli 2008, geschiedenis.vpro.nl/

    In de zomerserie historische executies van OVT deze week de vader van het onafhankelijke denken, ofwel, de gelijkhebber Giordano Bruno. Hij was iemand die zich als wetenschapper en als auteur onmogelijk wist te maken. Hij kwam in 1600 op de brandstapel omdat hij een ketter zou zijn.
    De zestiende-eeuwse wetenschapper en magiër Giordano Bruno was een zeer eigengereid type. Op weg naar zijn executie zou hij nog passages uit zijn goddeloze boeken hebben voorgedragen. De onverbeterlijke moest derhalve tot zwijgen gebracht. ‘Twee beulen’, aldus een bron, ‘hielden zijn hoofd recht’ en een derde beul ‘ramde een lange metalen pin door zijn linkerwang, dwars door zijn tong en linkerkaak. Daarna werd een andere pin verticaal door zijn lippen geslagen.’ Dat zou hem zijn praatjes wel afleren.
    Giordano Bruno vond in 1600 de dood op de brandstapel, op de meest gruwelijk denkbare manier. Het vuur werd namelijk licht gestookt, opdat hij niet voortijdig zou stikken, maar daadwerkelijk gaar zou roosteren.
    Waarom hij sterven moest, is eigenlijk tot op heden niet helemaal duidelijk. Hij was een ketter, maar niet van het protestantse huis-tuin- en keukensoort. Bruno’s ketterij was ingewikkelder. Natuurlijk deugde de katholieke kerk niet in zijn ogen, maar de gereformeerde deed dat volgens hem evenmin. ‘Een sekte van nietsnuttige pedanten met allemaal een eigen catechismus’, noemde hij de Lutheranen.
    Welbeschouwd moest Bruno dood, omdat hij de verkeerde figuur op de verkeerde plaats in de verkeerde tijd was. De typische Renaissanse-figuur Bruno had wat weg van zowel W.F. Hermans als van Harry Mulisch. Hij schreef en sprak extreem polemisch en deed dat niet zelden in een soort hermetische taal. Een messias op zijn eigen manier, onuitstaanbaar en dus onacceptabel voor de totalitaire katholieke kerk.
    Dat Bruno zijn dood te danken zou hebben aan zijn verdediging van het Corpenicaanse wereldbeeld -- de leer dat de aarde om de zon draait en niet het middelpunt van het heelal vormt -- is een wijdverbreid misverstand. Zijn inquisiteurs hadden namelijk helemaal niet in de gaten dat hij zulks beweerde. Bruno moest dood, omdat hij na een proces van acht jaar, weigerde ook maar iets te herroepen. Bruno had altijd gelijk, vond Bruno




    De laatste roker

    Strijden tegen de moordenaar op de lip
    Marcel van Lieshout
    gepubliceerd op 01 juli 2008 02:46, bijgewerkt op 1 juli 2008 11:01, www.volkskrant.nl/binnenland/

    Horeca-exploitanten, opgelet! Fons Nijpels (62), jarenlang het gezicht van de antirookbeweging CAN is weliswaar enige jaren geleden naar Zuid-Afrika verhuisd, maar houdt vandaag met vrienden een kroegentocht in Rotterdam en Amsterdam. Hij heeft er zin in. Hij zal ‘in het hol van de leeuw’ de eerste juli vieren ‘als een soort Bevrijdingsdag’.
    . . .
    Wie is de CAN en wat is de CAN?
    In de geleidelijke naamsverandering van de CAN weerspiegelt zich een evolutie van verbitterd activisme naar het streven naar bewustwording op tactische, haast politieke wijze. Bij de oprichting stond de CAN voor Club van Actieve Niet-rokers. En hoewel het voor de meeste leden beperkt bleef tot sympathiseren en doneren en hier en daar een sticker plakken, was de CAN nooit vies van activisme.
    In persoon belichaamde Fons Nijpels, eind jaren tachtig tot de CAN toegetreden, dat imago. Nijpels en geestverwanten gingen met gasmaskers op de tribune bij een tv-uitzending zitten. Hij beschuldigde media van leugenachtigheid over doodsoorzaken van bekende Nederlanders. Wat nou ‘ziekbed’ of ‘longkanker’ in het bericht bij de dood van CDA-politicus Enneus Heerma? Er had ‘tabaksdode’ moeten staan.
    Die CAN maakte ranglijsten van de Brandnetel van het Jaar, lui die het schavot op moesten. Theo van Gogh won vaak goud. Oud-minister Zalm is ook in de prijzen gevallen. W.F. Hermans, ‘permanent met zijn moordenaar op zijn lip’, stond er vaak op. En zelfs voor majesteit dreigde een nominatie.
    . . .
    Willem Kruithof (43) werd op 17-jarige leeftijd lid. In zijn woonplaats Ridderkerk had hij al de werkgroep De Pijp Uit opgezet en ging hij als luidruchtige stalker achter meisjes van het Gladstone-promotieteam op de markt aan.
    Verbeter-de-wereld-typetjes
    Kruithof zegt dat de CAN-leden ruwweg in drie categorieën zijn te vangen. De ‘verbeter-de-wereld-typetjes’ (rekent hij zichzelf toe), de mensen die om persoonlijke, medische redenen tegen roken strijden, en de ex-rokers ‘die evangelist zijn geworden’. Kruithof heeft tientallen klachten bij de Reclame Code Commissie ingediend en bond langs juridische weg de strijd aan met de tabaksindustrie.
    . . .


    Rokers (z)onder vuur
    29-06-2008, www.grenswetenschap.nl

    Het roken van Tabak vindt zijn ontstaan in Midden-Amerika: circa 500 na Christus rookten de Maya's al. De eerste Europeanen die er kennis mee maakten waren Luis Vaez de Torres en Rodrigo de Jerez toen Christoffel Colombus deze in 1492 aan wal zette op Guanahana (Bahama's).
    De twee Spanjaarden ontdekten er tot hun verbazing zowel mannen als vrouwen die gedroogde, opgerolde kruiden rookten. De twee ontdekkingsreizigers noteerden in hun dagboek: "Aan het ene uiteinde smeult het rolletje kruiden en aan de andere kant - die ze in hun mond steken - zuigen ze de rook in hun longen".
    Inquisitie
    Jerez voelde zich zo aangetrokken door deze vreemde gewoonte dat hij bij zijn terugkeer naar zijn geboorteplaats Ayamonte er ostentatief liep te roken. Hij werd door de Inquisitie opgepakt en veroordeeld wegens tovenarij. Hij bracht 7 jaar in de gevangenis door vooraleer hij zijn onschuld kon bewijzen.
    Paria's
    Bovenvermeld voorval toont aan dat rokers van in den beginne onder vuur lagen. Binnen afzienbare tijd zullen onze café's waarschijnlijk ook rookvrij zijn. Het bewijs voor de meeste rokers dat ze als paria's behandeld worden.

    Willem Frederik Hermans in zijn boek 'De Laatste Roker' uit 1991: "Mensen die hun neiging 'andere mensen aan banden leggen' sinds lang niet meer als dominee of pastoor konden botvieren, omdat niemand meer naar de kerk ging of dacht dat God alles zag en de zondaars strafte, vonden nu een levensdoel in de bestrijding van het roken".
    Rookverbod
    Hermans' vergelijking tussen de antirookvorsers van nu en de christelijke kerk is niet vreemd want het allereerste rookverbod werd door paus Urbanus VIII in 1642 uitgevaardigd. Bijna 4 eeuwen later zijn we terug op hetzelfde punt beland.
    . . .


    Adieu, ma cigarette
    Door: Willem Oosterbeek
    Gepubliceerd: zaterdag 28 juni 2008 12:05. Update: dinsdag 1 juli 2008 15:27, www.depers.nl/binnenland/

    . . .
    Niet alleen in de film vierde de sigaret hoogtij, ook op andere terreinen van de schone kunsten bleek het een onontbeerlijk attribuut. Neem alleen al de literatuur. In Bekentenissen van Zeno van Italo Svevo, rookt Zeno voortdurend zijn laatste sigaret, voor hem ken- nelijk een voorwaarde tot optimale genotbevrediging. ‘Denk eraan: niet roken! Een enorme rusteloosheid beving me. Ik dacht: ‘‘Omdat het slecht voor me is zal ik nooit meer roken, maar eerst wil ik het nog één keer voor het laatst doen.’‘ Ik stak een sigaret op en voelde me op slag bevrijd van mijn onrust.’
    En om een willekeurig ander voorbeeld te noemen: het was volstrekt onvoorstelbaar om de Franse schrijver en filosoof Jean-Paul Sartre aan te treffen zonder een Gauloise in de hand. ‘Een leven zonder sigaretten is iets minder de moeite van het leven waard’, vond hij.
    En Willem Frederik Hermans, die z’n hele leven rookte, schreef in de bundel De laatste roker over de sigaret, die hij zeven centimeter genot noemde: ‘Iets zo verrukkelijks als een Gauloise kon je natuurlijk het beste binnenshuis oproken, in een klein, goed afgesloten kamertje, zodat de uitgeblazen rook niet helemaal verloren ging voor de nooit voldane ademhaling van de ware sigarettenroker.’
    . . .


    Club Interbellum presenteert: CLUB TABAC
    za 28 jun / 19.00 uur, www.clubinterbellum.nl/

    Cross-reality event in o.a. 3 zalen van De Balie en live online, ook in Second Life! Club Interbellum komt met editie #2: Club Tabac. Aan de vooravond van het rookverbod in de Nederlandse horeca op 1 juli 2008 geven we een laatste saluut aan het ooit zo trotse symbool van het individualisme: de sigaret. In een existentialistische setting wordt met debat, performance, documentaires, lezingen en muziek stilgestaan bij de teloorgang van de tabaks- en rookcultuur.
    . . .
    Er is een tentoonstelling over de geschiedenis van de Nederlandse koloniale tabakshandel (mede mogelijk gemaakt door Tabaksmakelaar Harkema), de fototentoonstelling Smokin' Boys Smokin' Girls over jongeren en roken van Martijn van de Griendt, een chique rooksalon met sigaren en whisky, rokende en rookvrije bands, een overzicht van sigarettendesign, tabaksreclames en de rol van roken in films. Test je kennis van bekende rookscènes met de Filmquiz. Luister naar een voordracht van het korte verhaal De laatste roker van W.F. Hermans en beleef de voorstelling ‘Smoking and other Crimes’.
    . . .
    Club Interbellum



    Schandaal!
    Rumoer in de Nederlandse letteren

    vrijdag 20 juni 2008, www.standaard.be/Artikel/

    Nederlanders staan bekend als een mondig volk. Die reputatie getrouw klinkt uit de Nederlandse letteren geregeld gekrakeel op. Vijf geruchtmakende boeken in vogelvlucht. MARC REYNEBEAU
    . . .
    W.F. Hermans
    Plastisch was het wel: 'De katholieken! Dat is het meest schunnige, belazerde, onderkruiperige, besodemieterde deel van ons volk!' Zo foeterde een personage nog een eind door in de roman Ik heb altijd gelijk (1951) van Willem Frederik Hermans (1921-1995).
    Een voorpublicatie ervan in het literaire blad Podium bracht een perscampagne op gang ('smeerlapperij', dixit de Volkskrant), het tijdschrift werd in beslag genomen en op bevel van de (katholieke) minister van Justitie mocht Hermans zich voor de rechter verantwoorden wegens het beledigen van een volksdeel.
    Hermans argumenteerde dat de strafvervolging tegen hem neerkwam op een aanval tegen de literatuur. De uitval tegen de katholieken was immers niet geschreven als een loze belediging, maar als de tirade van een over de samenleving ontgoocheld soldaat. Niet alleen de katholieken moesten het trouwens ontgelden. De rechter gaf Hermans gelijk.
    . . .
    De Standaard Online


    Dichter bij de bank van lening
    Door Asing Walthaus. woensdag 11 juni 2008, www.ed.nl/uitcultuur/boeken/

    Als Joost van den Vondel bij je aan tafel zat, zei hij niet veel. In de zeer leesbare biografie van Piet Calis duiken opmerkingen op over Vondel als ongezellige disgenoot. Maar zat hij eenmaal te schrijven, dan was hij onstuitbaar. Niet alleen produceerde hij heel erg veel - gedichten, toneelstukken, vertalingen - fel kon hij ook zijn.
    . . .
    Calis houdt van die dwarse, eigenzinnige Vondel, die zelden een blad voor de mond nam. Hij houdt ook van Vondels poëzie en verwacht dat er een einde komt ’aan de onverschilligheid tegenover Vondel’. Calis zet hem alvast op één lijn met Multatuli, Heijermans en W. F. Hermans.
    . . .
    Uit & Cultuur › Boek recensies


    Stadsarchief Amsterdam toont jaren 60 van Wim van der Linden
    07-06-2008, www.photoq.nl/

    Tot en met 31 augustus 2008 organiseert het Stadsarchief Amsterdam de tentoonstelling ‘Wim van der Linden, fotograaf van Amsterdam in de jaren zestig’. (Di. t/m za. 10.00-17.00 uur en op zondag 11.00-17.00 uur.)
    Het persbericht:
    Misschien wel het bekendste Nederlandse boekomslag is dat van Ik Jan Cremer. De foto van de ruige auteur in spijkerpak op een antieke Harley werd in 1964 geënsceneerd en gemaakt door Wim van der Linden (1941–2001). In de jaren zeventig baarde hij samen met onder anderen Wim T. Schippers opzien als programmamaker van VPRO-producties als Het Gat van Nederland en De Barend Servetshow. Met zijn fotografie schaart hij zich in de rij bekende fotografen uit de jaren zestig als Ed van der Elsken en Frits Weeda. Het negatievenarchief van Wim van der Linden wordt beheerd door het Maria Austria Instituut/MAI te Amsterdam.

    Deze tentoonstelling, die het Stadsarchief presenteert in samenwerking met het MAI, is vooral gewijd aan zijn vernieuwende en directe straatbeelden in Amsterdam in de jaren zestig, aangevuld met enkele beelden uit Napels, Parijs, Antwerpen en New York.

    Naast deze straatbeelden zijn er indrukwekkende foto’s te zien die Wim van der Linden maakte van de enorme verkrotting in een aantal Amsterdamse buurten, zoals de Oostelijke Eilanden en de Jordaan. Deze foto’s werden destijds door het gemeentebestuur ingezet om te pleiten voor de aanleg van de Bijlmermeer.

    Dan zijn er nog de portretten die Wim van der Linden maakte van bekende kunstenaars en politici uit de jaren zestig, zoals Joop den Uyl, Willem Frederik Hermans, Hedy d’Ancona, Simon Vinkenoog en de Beatles.
    . . .
    Slideshow met 11 foto's, onderschrift bij foto nr. 3: De schrijver Willem Frederik Hermans, bij de Boteringebrug in Groningen, vlakbij zijn woonhuis. Hermans was destijds lector fysische geografie aan de Rijksuniversiteit Groningen. 1964


    <> 2008
    Geld stinkt niet. Mensen wel!
    wo 21 mei 2008, door Gerard Borst, www.overgeld.nl/

    AMSTERDAM - Geld stinkt niet, zegt het spreekwoord. En dat klopt ook, letterlijk en figuurlijk. Wat we ruiken zijn de mensen.

    Bij de Nederlandsche Bank werd laatst een boek gepresenteerd met geldtips voor vrouwen. De doelgroep was ruim vertegenwoordigd. Exquise parfums verspreidden een weldadig aroma. 'Pecunia non olet,' noteerde een dagbladjournalist prompt.

    Pecunia non olet, geld stinkt niet, iedereen wil graag geld hebben ook al komt het uit een dubieuze bron.

    Een mooie variant op het spreekwoord vinden we bij de schrijver Willem Frederik Hermans: 'Geld stinkt alleen als het in andermans zakken zit.'
    . . .


    Evaluatiecommissie lovend over Huygens Instituut KNAW
    20-05-2008, www.nieuwsbank.nl/

    Het Huygens Instituut van de Koninklijke Nederlandse Akademie van Wetenschappen is door een evaluatiecommissie onder leiding van de Utrechtse hoogleraar Hans Bertens positief beoordeeld. Het onderzoek van het Huygens Instituut wordt goed tot zeer goed bevonden. Op de punten leiderschap, strategie, beleid, maatschappelijke relevantie en academische reputatie scoort het instituut 'zeer goed'. Het Huygens Instituut produceert tekstedities, ontsluit historische bronnen en verricht onderzoek op het gebied van de literatuur- en wetenschapsgeschiedenis van Nederland. Bij het instituut hebben de afgelopen jaren belangrijke koerswijzigingen plaatsgevonden. Nog niet zo lang geleden verkeerde het instituut in een crisistoestand en werden ingrijpende maatregelen noodzakelijk gevonden. Sinds de aanstelling van dr. Henk Wals als directeur in 1994 is er veel veranderd. De structurering van het onderzoek is radicaal gewijzigd. Het instituut wil vernieuwend en experimenteel te werk gaan. Informatietechnologie speelt inmiddels een belangrijke rol in het onderzoek.

    Het Huygens Instituut is beoordeeld op basis van het Standard Evaluation Protocol for Public Research Organisations 2003- 2009. De evaluatiecommissie constateerde dat het Instituut uitstekend functioneert en een dynamische en vitale indruk maakt. De evaluatiecommissie prees directeur Henk Wals nadrukkelijk om diens rol bij het realiseren van de verbeteringen.

    De commissie deed ook een aantal aanbevelingen. In algemene zin wordt het Huygens Instituut geraden door te gaan op de ingeslagen weg. Waar het gaat om ICT zou het instituut zich vooral moeten richten op (internationale) samenwerking met andere instituten en instellingen. Verder heeft de commissie er begrip voor dat naar de aard van het instituut een groot gedeelte van de publicaties in het Nederlands verschijnt, maar adviseert niettemin meer te publiceren in Engelstalige prestigieuze academische tijdschriften.

    Over het Huygens Instituut
    Het Huygens Instituut, dat deel uitmaakt van de Koninklijke Nederlandse Akademie van Wetenschappen, stelt zich ten doel 'Het wetenschappelijk en innovatief ontsluiten van bronnen die van belang zijn voor de literaire en intellectuele geschiedenis van Nederland alsmede het verrichten van (daarmee samenhangend) literair - en intellectueelhistorisch onderzoek.' Het instituut is gehuisvest in de Koninklijke Bibliotheek te Den Haag. Wetenschappelijke paradepaardjes zijn boekenreeksen als de Volledige Werken van Willem Frederik Hermans, de Opera Omnia van Erasmus en de briefwisselingen van coryfeeën als Hugo de Groot, Antoni van Leeuwenhoek en Vincent van Gogh. Veel van deze series krijgen nu ook digitale pendanten, die onderzoekers en andere geïnteresseerden meer mogelijkheden bieden dan de gedrukte werken.


    Arrestatie Nekschot schande voor rechtsstaat
    Door AFSHIN ELLIAN, vrijdag 16 mei 2008, www.elsevier.nl/opinie/weblog/

    . . .
    Dinsdag
    Dat gebeurde allemaal op woensdag. Maar wat gebeurde er een dag eerder? Cartoonist Gregorius Nekschot is dinsdag door tien agenten uit zijn huis gehaald omdat zijn prenten beledigend en discriminerend zouden zijn voor moslims en mensen met een donkere huidskleur.
    Is dat echt waar? Tien agenten om één cartoonist te arresteren? Als dit zo is, dan heeft het Amsterdamse korps te veel agenten in dienst.
    Volgens mij is dit ook een unicum. Gerard Reve en Willem Frederik Hermans werden ook ooit beschuldigd van een opiniedelict, maar ze zijn nooit gearresteerd. Ze kregen slechts een dagvaarding. Omdat dit soort delicten meestal door een specifieke persoon in openbaarheid wordt gepleegd. Als je weet waar de verdachte woont, stuur je hem een dagvaarding.
    . . .


    Boeken die verdwijnen?
    Door Philip Smet, 21-04-2008, www.wereldomroep.nl/actua/nl/cultuur

    Een toneelstuk gebaseerd op het boek 'Karakter' van F. Bordewijk. Het zeventig jaar oude boek krijgt steeds opnieuw aandacht. Maar de meeste boeken van Bordewijk lijken vergeten. Datzelfde geldt voor het werk van veel schrijvers, die ooit zeer geliefd waren.
    . . .
    De advocaat Ferdinand Bordewijk (1884-1965) was al ruim in de vijftig toen zijn roman in 1938 uitkwam. Hij was al wel een bekend schrijver, onder andere door het korte ‘Bint' (1934) dat goede kritieken kreeg. Ook ‘Noorderlicht' is een boek dat veel geprezen is, maar met ‘Karakter' brak Bordewijk door bij het grote publiek. Hoewel hij zelf het boek niet zo erg bijzonder vond.

    "Het is een boek met een ijzeren thema," aldus Elly Kamp, bezig aan een biografie over Bordewijk en zijn vrouw, de componiste Johanna Roepman. "Wraak, macht, liefde, het knokken om volwassen te worden tegen de verdrukking in. Er zijn romans van Bordewijk die net zo stevig of steviger ‘staan' dan ‘Karakter', maar die toch zonder enige reden in de vergetelheid zijn geraakt."

    Vergetelheid
    Het is het lot van menig schrijver, zelfs van zijn meest gelezen boeken: de vergetelheid. Kunnen dode schrijvers nog opboksen tegen hun levende collega's?

    Neërlandica Elly Kamp is onderzoekster bij het Huygens Instituut, onderdeel van de Koninklijke Nederlandse Academie van Wetenschappen in Den Haag. Naast haar werk aan de Bordewijk-biografie, werkt ze mee aan de publicatie van de Volledige Werken van W.F. Hermans (1921-1995), één van de grootste Nederlandse literatoren van zijn generatie.

    Bewonderaars
    "In Nederland is er een zwakke traditie in het behouden van het erfgoed, ook wat betreft de literatuur," zegt Elly Kamp. Het zwakke literatuuronderwijs in Nederland helpt niet, vindt ze. "De beweging moet van anderen komen, die dat belangrijk vinden. De uitgevers kunnen daarin een rol spelen en ook mensen die zo'n schrijver bewonderen."

    Zo heeft Hermans een schare bewonderaars die het Willem Frederik Hermans Instituut heeft opgericht. Het instituut heeft een uitgebreide website opgezet en subsidies voor het Volledige Werk weten los te krijgen. "In die zin is Hermans gezegend", beseft Kamp. "De weduwe van Simon Vestdijk zou eens hebben gezegd: 'Was er maar een Vestdijk Instituut'." De schrijver Vestdijk (1898-1971) is zo'n voorbeeld van een bijna vergeten auteur, die ooit tot de groten werd gerekend.
    . . .


    ‘We maken een wolf in schaapskleren’
    vrijdag 18 april 2008. Door ERIC VAN DER VELDEN, www.ad.nl/cultuur/

    ROTTERDAM - Sjoerd Pleijsier: ‘Rita Verdonk schijnt gezegd te hebben dat Nederland weer terug moet naar de tijd van Toen was geluk heel gewoon.

    Gerard Cox: ,,O ja, joh. Zo zie je maar weer hoe je misbruikt wordt. Maar prima plan. Lijkt me heerlijk, een tijd zonder Verdonk en Wilders. Want die had je 35 jaar geleden in de politiek nog niet.’’

    Zo moet het er tijdens het schrijven aan Nederlands langst lopende tv-comedy Toen was geluk heel gewoon ook aan toe gaan. De één geeft aan, de ander maakt af. ,,We hebben allebei de neiging om naar het meest bijdehante antwoord te zoeken,’’ vertelt Pleijsier. ,,Dat is in het dagelijks leven zo en dat werkt dus door in de dialoog tussen Siem en Jaap. Ook omdat wij deze karakters zelf spelen, zijn het steeds meer uitvergrotingen van onszelf geworden.

    . . .
    Cox: ,,Dan schrijf je op: ‘Siem opent putdeksel in de Sahara. Op de achtergrond trekt een karavaan voorbij.’ Daar hebben we zelf veel plezier om gehad. Dat de serie zo lang loopt, komt doordat we het ook voor onszelf leuk houden.

    Ik verwerk bijvoorbeeld graag citaten in de dialoog. Zegt Joke Bruijs als Nel opeens: ‘Ik word hier door gevaarlijke gekken omringd.’ Of: ‘Ik mag dat graag zien, dat nutteloze gestap.’ Dat zijn grapjes die we speciaal voor Koos Postema maken. De meeste kijkers zal het ontgaan, maar Koos, die een grote fan van de serie is, weet dat het om een boektitel van W.F. Hermans gaat en een zin van Wim Kan.’’
    . . .


    Trends van het jaar 1958
    17/04/2008, www.knack.be/nieuws/cultuur/

    De wereldtentoonstelling in Brussel gunde haar bezoekers een blik op de toekomst. Knack zet voor u de belangrijkste trends op een rijtje.

    AUTO
    De DAF 600 Variomatic, een Nederlandse auto met een centrifugaalkoppeling en een volautomatische transmissie, maakt zijn debuut. American Motors Corporation zet een kleine Amerikaanse auto van 4,54 meter lang in de etalage: de Rambler American.

    BOEKEN
    De grote rage in de boekhandel is de omnibus: fraai gebonden verzamelbanden van veelal nog pijprokende Vlaamse Koppen. Op pockets en paperbacks is het nog even wachten. 1958 is het jaar van de doorbraak van Ward Ruyslinck met Wierook en tranen _ een boek dat al gauw verplichte kost wordt op de middelbare scholen. Willem Frederik Hermans publiceert zijn meesterwerk, De donkere kamer van Damocles. Beide romans spelen zich af tijdens de Tweede Wereldoorlog.
    De Russische schrijver Boris Pasternak krijgt de Nobelprijs voor literatuur, maar hij weigert die onder druk van de Sovjetschrijversbond. Nog meer commotie veroorzaakt Vladimir Nabokov met de publicatie van Lolita.
    Strips zijn mateloos populair. De Smurfen zien het levenslicht. Nero bezoekt de Expo 58 in De Pax Apostel. Suske en Wiske gaan op zoek naar De duistere diamant.
    Bob Stanhope, alias Arendsoog, wordt wees, maar Paul Nowee besluit de reeks van zijn vader Johannes Nowee voort te zetten. Van Hugo Claus gaat het toneelstuk Suiker in première.


    'Schrijver bestrijdt wat massa denkt'
    donderdag 10 april 2008, www.kompassliedrecht.nl/

    Degens SLIEDRECHT – ,,Hermans heeft mij als het ware naar de kritische kant geschoven. Ik interesseer mij hogelijk in zijn werk vanwege taalgebruik en humor, die tot op zekere hoogte overgaat in sarcasme. Vroeger las ik vooral Bomans en Carmiggelt en de grote Russische schrijvers. Maar begin jaren zeventig ben ik daadwerkelijk dieper op W.F. Hermans ingegaan en dat zal mede te maken hebben met mijn politieke interesse ter linkerzijde. De directe aanleiding was, dat Hermans in de Tweede Kamer aan de orde is geweest."

    Leen Degens (71) doelt op de periode dat Hermans verbonden was aan de Rijksuniversiteit Groningen. Zijn tegenstanders meenden dat hij te weinig op het instituut verscheen en zijn colleges onvoldoende voorbereidde. Na beschuldigingen uit voornamelijk rechts christelijke kringen, dat Hermans al zijn tijd aan het schrijven besteedde en daardoor niet aan zijn eigenlijke werk zou toekomen, werd een onderzoekscommissie ingesteld. Het onderzoek pleitte de schrijver vrij. Voor Hermans was de maat echter vol. In 1973 nam hij ontslag en vestigde zich in Parijs. In 'Onder Professoren', nam hij wraak op het milieu dat hem had uitgestoten.

    De affaire boeide Degens zo dat hij het onderzoeksrapport wilde lezen. ,,Toen dat niet toegestaan werd, spande ik een procedure aan tegen het ministerie en de universiteit. Uiteindelijk heb ik gelijk gekregen. Naar aanleiding van het hele gebeuren trok ik de stoute schoenen aan en schreef Hermans, die toen al in Parijs woonde, een brief. Ik wilde weleens weten hoe hij tegen mijn pogingen aankeek om dat rapport los te krijgen." In één van de reacties die vanuit Parijs naar Sliedrecht gestuurd werden is te lezen: 'Met verbazing las ik uw brief en correspondentie met dit instituut' Leen laat nog meer voorbeelden zien van deze en andere briefwisselingen tussen hem en de schrijver. Zowel de brieven als de enveloppen worden zorgvuldig bewaard tussen zuurvrij papier.

    Willem Frederik Hermans (geboren 1 september 1921) was een fysisch geograaf die vooral bekend is geworden als schrijver van romans, korte verhalen, essays en filosofisch en wetenschappelijk werk. Hij wordt met Harry Mulisch en Gerard Reve gerekend tot de drie belangrijkste naoorlogse Nederlandse auteurs. In de omgang was Hermans doorgaans niet gemakkelijk. De titel van een van zijn romans 'Ik heb altijd gelijk' zou ook op hem persoonlijk van toepassing kunnen zijn, hoewel Hermans zelf altijd nogal duister over het autobiografisch gehalte van zijn boeken was. Zijn tegenstanders boorde hij op onaangename, maar zeer rake en vermakelijke wijze de grond in. Hermans overleed op 27 april 1995.

    In de woonkamer van huize Degens is Hermans duidelijk aanwezig: ,,Ik heb feitelijk alles wat hij geschreven heeft." Ook mappen met knipsels en de eerder genoemde correspondentie met en over de schrijver ontbreken niet. Opvallend is een groot zwart-wit portret van Hermans in een prominent zichtbare hoek van de boekenkast, naast de bescheiden aanwezigheid van foto's van vrouw en dochter Degens.

    Als het aan Leen gelegen had, zou er in Sliedrecht een W.F. Hermans-wijk verrijzen. ,,Ik heb ooit een aantal gemeenten in Nederland aangeschreven met de vraag of zij voor een standbeeld van deze schrijver zouden voelen. Maar blijkbaar durft niemand dat aan. Later bleek me dat ook Hermans zelf geen beeld wil: 'Het enige dat ik op prijs stel is dat ze mijn boeken lezen'." Maar straatnamen is wat anders bedacht Degens en hij bestookte b & w met vele brieven met voorstellen, inclusief een stratenplan met namen als: Osewoudtlaan, Alberegtweg, Helenastraat (figuren uit zijn romans) en het W.F. Hermansplein. Hij ontving even zovele ontvangstbevestigingen. Het lukte hem een vergadering van de straatnamencommissie te bezoeken. ,,Hoewel een aantal van hen zich positief uitliet, hoorde ik er nooit meer wat van. Ook heb ik, hoewel ik daar schriftelijk om verzocht heb, nimmer een verslag van die bijeenkomst ontvangen. Het woord 'moedeloos' is hier op zijn plaats."

    Degens kan uren gepassioneerd over de schrijver praten. Relevante anekdotes, gebeurtenissen, artikelen en boeken worden erbij gehaald. Hij laat met vele voorbeelden zien dat, hoewel Hermans dus al twaalf jaar dood is, zijn werk nog wel degelijk leeft. Eén ervan is een citaat uit 'Tranen der Acasia's' op het voorblad van debuutroman 'De Steniging' van Frénk van der Linden uit 2007. “Men wreekt zich altijd in het leven, alleen niet op de personen die schuldig zijn". Degens strooit met andere citaten om te illustreren wat hem zo boeit aan de manier van formuleren van Hermans: “Met je broek naar beneden, voorover op een schuinstaande ladder, dat is jezelf kwetsbaar opstellen." en “De verdraagzame wordt gedwongen zich te verdedigen door op zijn beurt onverdraagzaam te zijn." Met een knipoog naar de krant sluit Degens af met: “De journalist formuleert vaak wat de massa denkt, de schrijver bestrijdt wat de massa denkt en brengt aan het licht wat de massa niet durft te denken."


    Filmregisseur Gerrard Verhage overleden
    gepubliceerd op 07 april 2008, www.volkskrant.nl/kunst/

    AMSTERDAM - Het geloof dat mensen nooit echt gelukkig kunnen worden, was de kern van veel films van regisseur Gerrard Verhage.
    Hij maakte films, documentaires en televisiedrama, en werd vooral bekend door zijn speelfilm De Dominee, geïnspireerd op het leven van Klaas Bruinsma, en zijn televisiedrama Dichter op de Zeedijk naar het boek van Kees van Beijnum waar hij in 1999 een Gouden Kalf mee won. Gerrard Verhage (1948-2008) overleed zondag aan de gevolgen van kanker. Hij heeft zelf zijn moment van sterven bepaald.
    . . .
    Wat hem vooral fascineerde aan mensen met een twijfelachtige reputatie, stelt Huybrechtse, was hun verlangen zich van hun eigenheid en achtergrond probeerden te ontdoen. ‘Hij geloofde dat mensen dan nooit echt gelukkig konden worden.’
    Hetzelfde geldt voor de twee figuren die de hoofdrol zouden spelen in zijn laatste project Bloedbroeders, Willem Holleeder en Willem Endstra. Het was zijn wens om deze film alsnog af te maken. Maar dat is lastig, denkt producent Huybrechtse. ‘Het project is onlosmakelijk verbonden met Gerrard: het scenario is nog niet eens af’. Verhage had ook nog het boek Nooit Meer Slapen van W.F. Hermans willen verfilmen.


    Arnold Heumakers over Alexis en Het genadeschot
    28-3-2008 www.nrc.nl/leesclub/

    . . .
    Dit kan eveneens biografisch geduid worden, als een vorm van wishful thinking. Maar belangrijker is het literaire effect: het verhaal krijgt er diepte door. En intensiteit, waardoor het op een schrijnende manier weet te betoveren. We worden verplaatst in even vreemde als elementaire wereld. Het decor helpt daar niet weinig aan mee: het isolement van het door burgeroorlog omgeven landgoed, te vergelijken met de situatie in W.F. Hermans’ novelle Het behouden huis, en de strijd van de Duitse vrijkorpsen in het Balticum, bekend van de meesterlijke roman Die Geächteten van Ernst von Salomon (die ook door Yourcenar zal zijn gelezen) en van het werk van Louis Ferron.
    . . .


    Tv-shows Van Dis op 5 dubbel-dvd’s
    maandag 17 maart 2008, www.ad.nl/cultuur/

    AMSTERDAM - De legendarische praatshow 'Hier is... Adriaan van Dis' komt uit op dvd. Het gaat om honderd gesprekken met schrijvers, kunstenaars en politici.
    Op elke dubbel-dvd staan zes afleveringen van een uur. De hele box - vijf dubbel-dvd’s en het boekje Op de televisie van Adriaan van Dis - kost 75 euro.
    Hier is... Adriaan van Dis, in 1986 bekroond met de Zilveren Nipkowschijf voor het beste televisieprogramma, werd door de VPRO van 1983 tot 1992 maandelijks uitgezonden. De reeks geldt nog altijd als het enige succesvolle Nederlandse televisieprogramma over boeken.
    Adriaan van Dis ontving onder anderen Isabel Allende, Hugo Claus, Roald Dahl, Umberto Eco, Frederick Forsyth, Hella S. Haasse, W.F. Hermans, Astrid Lindgren, Hans van Manen, Ischa Meijer, Harry Mulisch, Gerard Reve, Salman Rushdie, Annie M.G. Schmidt en Marten Toonder in het programma.


    Boek & Bal Waterweg 2008
    Over Nu en Vroeger, Toen en Ooit

    12 maart 2008, www.nieuwsbank.nl/inp/

    Grote namen uit de vaderlandse literatuur treden zaterdag 22 maart op tijdens Boek & Bal Waterweg 2008 in het Theater a.d Schie en Bibliotheek Waterweg aan het Stadserf in Schiedam. Het belooft een avond vol met optredens, signeersessies en interviews te worden. Zo vertellen Midas Dekkers, Nelleke Noordervliet en Arthur Japin over hun recente werken. Hugo Borst interviewt Adriaan van Dis en Herman Brusselmans en Ronald Giphart, Bart Chabot en Martin Bril tonen de highlights van hun theatervoorstelling vol verrassend literair variété.
    . . .
    Lezershemel
    Een terugkerend element van Boek&Bal is de lezershemel. Waren het vorig jaar de engelen die de bezoekers meevoerden naar het Walhalla van de literatuur in de torenkamer van de bibliotheek. Dit jaar begeleiden drie zwarte weduwen de mensen via de condoleanceruimte met koffie en cake naar het torentje, waar bezoekers in tien minuten een seance meemaken met overleden schrijvers. Luister naar de overleden kibbelende grootheden als Multatuli, W.F. Hermans en Annie M.G. Schmidt. Maar ook Gerard Reve wil nog het één en ander kwijt aan ons levenden.
    . . .


    De makke van een sukkelig schrijversland
    maandag 10 maart 2008 Door: Hans van Willigenburg, www.depers.nl/cultuur/

    Oude schrijvers genoeg in Nederland. Een Nobelprijs voor de literatuur zijn ze ook best waardig. Waarom wordt er dan niet gewonnen?
    . . .
    Volgens columnist en criticus Max Pam moet ons land structureel opboksen tegen een aantal fikse vooroordelen. En is de kans om op het radarscherm te verschijnen voor Nederlandse auteurs minimaal. ‘In Noorwegen en Zweden vinden ze Nederland om te beginnen een sukkelig land,’ zegt hij. ‘En het vervelende is: als je onze literatuur erop naslaat, struikel je over de boeken die dat vooroordeel bevestigen. Wij grossieren in wat ik noem sneue Carmiggelt-literatuur. De pechvogel is toch wel het meest typerende personage dat je in onze letteren tegenkomt.’ Pam beweert ooit een ontmoeting te hebben gehad met één van de juryleden van het beroemde comité. De inhoud van die conversatie geeft de burger weinig moed: ‘Het gesprek kwam op de roman Nooit meer slapen van W.F. Hermans. Nog los van de literaire kwaliteiten is dat boek qua thematiek een samenballing van waar het misgaat met onze literatuur. Mislukking. Toeval. Miscommunicatie. Onzekerheid. Dat zijn geen steekwoorden waarmee je indruk maakt bij het Nobelcomité. Bovendien valt in die roman uitgerekend het Noorse personage Arne Jordal van een berg, dus dat helpt ook al niet.’
    . . .


    Gevleugelde boektitels
    maandag 10 maart 2008 door Ewoud Sanders, weblogs.nrc.nl/weblog/woordhoek/

    Over boektitels die gevleugeld zijn geworden.
    . . .
    Welke schrijvers hebben nu de meeste gevleugelde boektitels opgeleverd? De absolute winnaar, met acht gevleugelde titels, is Willem Frederik Hermans. Onder professoren, Nooit meer slapen, Uit talloos veel miljoenen - u kunt waarschijnlijk zo een aantal titels van Hermans opdreunen waarop geregeld wordt gezinspeeld. In de krant gebeurt dat doorgaans zonder de oorspronkelijke auteur te noemen, een goede indicatie dat een titel is ingeslepen.
    . . .


    Briefwisseling Reve en Hermans uitgegeven
    06/03/08 12u44, demorgen.be/dm/nl/1006/Kunst-Literatuur/

    De correspondentie tussen Willem Frederik Hermans en Gerard Reve is in boekvorm uitgegeven. Bij uitgeverij De Bezige Bij verscheen donderdag 'Verscheur deze Brief! Ik vertel veel te veel'. Hermans en Reve schreven elkaar vooral in de jaren veertig en vijftig vele openhartige brieven.

    Willem Otterspeer, die momenteel werkt aan de biografie van W.F. Hermans, trof de brieven aan in het archief van de auteur. Het is voor het eerst dat de briefwisseling tussen twee van de belangrijkste Nederlandse schrijvers van de twintigste eeuw wordt gepubliceerd. Enkele fragmenten verschenen vorig jaar al in het tijdschrift Hollands Diep.

    De briefwisseling, die zich uitstrekt over de periode 1947-1987, behoort volgens Otterspeer tot de meest interessante en belangwekkende correspondentie uit de naoorlogse Nederlandse literatuur. Hij en Nop Maas, die werkt aan een biografie van Gerard Reve, hebben de bundel ingeleid en becommentarieerd.

    De correspondentie tussen de twee schrijvers staat aanvankelijk in het teken van groeiend literair zelfvertrouwen, gevoelens van miskenning en een grondige afkeer van het artistieke klimaat in het naoorlogse Nederland. De aanstormende talenten hadden grote waardering voor elkaars werk en ontwikkelden zelfs plannen voor een gezamenlijke roman.

    Breuk
    In 1959 kwam het tot een breuk, die daarna niet meer werd gerepareerd. "Hoe onbegrensd mijn medelijden ook moge wezen, mijn tijd is niet onbegrensd", schreef Hermans aan Reve. "Daarom is in ongenade laten vallen wel het meest geschikte middel om van het gezeur af te komen. Dit overkomt jou dus bij dezen".

    Reve deed van tijd tot tijd nog wel pogingen om weer met Hermans in gesprek te komen, maar Hermans had er geen zin meer in. "Beide auteurs bestookten elkaar in geschriften en in interviews met schimpscheuten, maar ze lieten ook steeds blijken respect te hebben voor elkaars - in ieder geval vroege - werk", aldus de biografen.
    (anp/mvdb)


    Zure melk prijs voor vredig bestaan
    door Ali Pankow. dinsdag 26 februari 2008, www.pzc.nl/algemeen/kunstencultuur/

    . . .
    Stroodorp, twee straten en circa dertig huizen, biedt hun de locatie bij uitstek. "Het wordt een film met twee gezichten. Aan de ene kant is het een komische film vol visuele grappen en schetsmatige personages. Aan de andere kant wekt de film een grimmigheid op door de beklemmende situatie waarin de pesonages zich bevinden", vertellen Aart en Teuta. Ze bouwden hun scenario op rond de vraag of ontwetendheid de bron is voor een vredig bestaan. "Vanaf het begin staat ons voor ogen een serieus thema te combineren met een luchtige, humoristische stijl."

    De UvA selecteert voor de opleiding Media en Cultuur jaarlijks vier koppels om een audiovisueel project te maken. Normaliter worden er alleen documentaires gemaakt. Aart en Teuta maken daar als eersten een uitzondering op. Zij hebben toestemming gekregen een fictiefilm te maken.

    Aart: "Onze bedoeling was twee losse verhalen te combineren: De blinde fotograaf van W.F. Hermans en De Firma van Hans Vervoort. Daar zijn we van terug gekomen, omdat het niet lukte die twee verhalen tot één goed einde te verweven."

    In het fictieve scenario dat vervolgens uit hun eigen fantasie is ontsproten, zijn wel elementen terug te vinden uit genoemde werken van Hermans en Vervoort.

    Het verhaal speelt zich af in een gehucht waar Stroodorp model voor staat. De bewoners staan voor een dilemma. Al 250 jaar leeft de bevolking in rust en vrede samen. Totdat de rijke Alex het dorpje bezoekt met zijn 'Wenstrijd'. Hij geeft de dorpelingen de kans hun liefste wens in vervulling te laten gaan. Ze moeten daarvoor wel hun diepste geheimen prijsgeven.
    . . .


    Nederlandse klassiekers op filmweek
    08-02-2008, www.pzc.nl/zeeland/schouwen-duiveland/

    GOES - Podium 't Beest in Goes draait deze maand vier klassiekers tijdens de Week van de Nederlandse film.
    Als extra lokkertje wordt voor alle films een passe-partout aangeboden van twaalf euro. De entree per film is, zoals altijd in 't Beest, zes euro.
    De Week van de Nederlandse film begint dinsdag 19 februari met De Fanfare (1958) van Bert Haanstra, over ruziënde harmonieorkesten in Giethoorn.
    Goed en fout in de oorlog is het thema van Als twee druppels water (1963) van Fons Rademakers, naar de roman De donkere kamer van Damocles van W. F. Hermans. Woensdag 20 februari wordt deze film vertoond.
    Dakota (1974) van Wim Verstappen is donderdag 21 februari aan de beurt en De Aanslag (1986) van Fons Rademakers - naar het gelijknamige boek van Harry Mulisch - vrijdag 22 februari.
    Alle voorstellingen zijn vanaf 20.30 uur.


    Een wonderkind of toch een total loss?
    31 januari 2008, www.recensieweb.nl/auteur/438

    recensie door Nico Voskamp van Harmen Wind, Het talent
    Jozef Kweest, hoofdpersoon in Het talent, heeft een miserabel leven. Als wonderkind valt hij ver buiten de begripsgrens van zijn leeftijdgenoten, dus pesten ze hem. Daarnaast zien zijn ouders hem als de vleesgeworden droom. Hún droom, die het talent Jozef moet gaan waarmaken. Het arme ventje wordt niet blij van al die druk op zijn schouders en glijdt dan ook af naar een total loss, om in W.F. Hermans termen te blijven.


    Hermans, Reve en Wolkers krijgen straatnaam
    24-01-2008, www.brabantsdagblad.nl/kunst/

    Willem Frederik Hermanslaan, Vasalislaan, Belcamposingel, Lucebertpad, Jan Wolkerslaan, Gerard Revelaan en Hanny Michaelispad, dat zijn de straatnamen voor de nieuwe buurt Helpermaar. Het college van B&W stelt dit voor aan de gemeenteraad. Met deze namen van naoorlogse schrijvers wordt aangesloten bij de bestaande straatnaamgeving van Nederlandse en Vlaamse schrijvers in de directe omgeving. De nieuwe woonwijk Helpermaar wordt gerealiseerd op het terrein van het voormalige Martiniziekenhuis, locatie Van Ketwich.

    Bij de keuze voor de straatnamen is de hoge literaire kwaliteit van het werk van de vernoemde schrijvers bepalend geweest. Enkele auteurs zoals Willem Frederik Hermans, Vasalis en Belcampo hebben nauwe banden met Groningen gehad, andere wat minder. Over de lijst met namen is overleg geweest met de hoogleraar Moderne Nederlandse Letterkunde van de Rijksuniversiteit, prof. Dr. G. Dorleijn. Ook is er contact geweest met de families van Hermans en Wolkers die zich vereerd voelen met de naamgeving.

    Willem Frederik Hermans (1921-1995). Schreef poëzie en romans als De tranen der acacia’s, De donkere kamer van Damocles, Nooit meer slapen, Onder professoren. Prijs der Nederlandse letteren.



  • Archief
    2007
    2006

    Google


  •  
       

    Links

    YouTube
  • Koningin Eenoog
  • Een foto uit eigen doos
  • Het hoedenparadijs : 40 collages van Willem Frederik Hermans
  • Cas Oorthuys. Reve/Hermans, een anekdote

  •